Belgium

Wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten

Uitzonderingen op de vermogensrechten van de auteur

Artikel 21

Korte aanhalingen uit een werk dat op geoorloofde wijze openbaar is gemaakt, ten behoeve van kritiek, polemiek of onderwijs, of in het kader van wetenschappelijke werkzaamheden maken geen inbreuk op het auteursrecht, voor zover zulks geschiedt overeenkomstig de eerlijke beroepsgebruiken en het beoogde doel zulks wettigt.

De aanhalingen bedoeld in het vorige lid moeten de bron en de naam van de auteur vermelden.

Voor het samenstellen van een bloemlezing bestemd voor het onderwijs is de toestemming vereist van de auteurs uit wier werk op die manier uittreksels worden samengebracht. Is de auteur overleden, dan is de toestemming van de rechthebbende niet vereist, op voorwaarde dat de keuze van het uittreksel, alsmede de presentatie en de plaats ervan de morele rechten van de auteur in acht nemen en dat een billijke vergoeding wordt betaald, die door de partijen wordt overeengekomen of anders door de rechter overeenkomstig de eerlijke gebruiken wordt vastgesteld.

Artikel 22

§ 1. Wanneer het werk op geoorloofde wijze openbaar is gemaakt, kan de auteur zich niet verzetten tegen:

l_ de reproduktie en de mededeling aan het publiek, met het oog op informatie, van korte fragmenten uit werken of van integrale werken van beeldende kunst in een verslag dat over actuele gebeurtenissen wordt uitgebracht;

2_ de reproduktie en de mededeling aan het publiek van een werk tentoongesteld in een voor het publiek toegankelijke plaats, wanneer het doel van de reproduktie of van de mededeling aan het publiek niet het werk zelf is;

3_ de kosteloze privé-mededeling in familiekring;

4_ de gedeeltelijke of integrale reproduktie van artikelen of van werken van beeldende kunst, of van korte fragmenten uit werken die op een grafische of soortgelijke drager zijn vastgelegd, wanneer die reproduktie uitsluitend is bestemd voor privé-gebruik of voor didactisch gebruik en geen afbreuk doet aan de uitgave van het oorspronkelijke werk;

5_ de reproduktie van geluidswerken en audiovisuele werken, die in familiekring geschiedt en alleen daarvoor bestemd is:

6_ een karikatuur, een parodie of een pastiche, rekening houdend met de eerlijke gebruiken;

7_ de kosteloze uitvoering van een werk tijdens een publiek examen, wanneer het doel van de uitvoering niet het werk zelf is maar het beoordelen van de uitvoerder of de uitvoerders van het werk met het oog op het verlenen van een kwalificatiegetuigschrift diploma of titel binnen een erkende onderwijsvorm.

//8_ de kopieën, dubbels, restauraties en overzettingen, uitgevoerd door het Koninklijk Belgisch Filmarchief, met het oog op de bewaring van het cinematografisch patrimonium en voor zover hierdoor geen afbreuk wordt gedaan aan de normale exploitatie van het werk en geen schade wordt berokkend aan de wettige belangen van de auteur.

De materialen die aldus worden vervaardigd blijven eigendom van het Filmarchief, dat zichzelf ieder commercieel of winstgevend gebruik ervan ontzegt. De auteur kan hiertoe toegang krijgen, onder strikte inachtneming van de bewaring van het werk en tegen een billijke vergoeding van het werk verricht door het Filmarchief.//2

§ 2. Wanneer het verslag over actuele gebeurtenissen het werk zelf betreft, moeten de naam van de auteur en de titel van het getoonde of aangehaalde werk worden vermeld.

Artikel 23

§ 1. De auteur kan de uitlening van werken van letterkunde, partituren van muziekwerken, geluidswerken en audiovisuele werken niet verbieden wanneer die uitlening geschiedt met een educatief of cultureel doel door instellingen die daartoe door de overheid officieel zijn erkend of opgericht.

§ 2. De uitlening van geluidswerken en audiovisuele werken kan pas plaatsvinden zes maanden na de eerste verspreiding van het werk onder het publiek.

Na raadpleging van de instellingen en vennootschappen voor het beheer van de rechten, kan de Koning voor alle fonogrammen en eerste vastleggingen van films of voor bepaalde daarvan de in het vorige lid bedoelde termijn verlengen of verkorten.

//§ 3. De in § 1 bedoelde instellingen die door de Koning worden aangewezen, mogen werken van letterkunde, geluids- en audiovisuele werken alsook partituren van muziekwerken invoeren die voor het eerst buiten de Europese Unie rechtmatig zijn verkocht en die op het grondgebied van die Unie niet aan het publiek worden verdeeld, ingeval die invoer geschiedt voor openbare uitleningen met een educatief of cultureel doel en voor zover zulks geen betrekking heeft op meer dan vijf exemplaren of partituren van het werk.//3

Copyright and Neighbouring Rights Act, 30 June 1994

Article 22§1 mom 4

The author cannot object to the partial or complete reproduction of articles or works of art, or of short parts of works on graphical or similar bearers, when the reproduction is exclusively made for the purpose of private use or educational use and does not prejudice the publication of the original work.